Programma 2 beleidsopgaven

Zorgvuldig omgaan met water

Inleiding

Aanpassing aan klimaatverandering
De gevolgen van klimaatverandering zijn in Drenthe duidelijk merkbaar. We zien vaker extreme neerslag in korte tijd en langere perioden van droogte. Dit vraagt om een goede balans tussen wateroverschot in de winter en waterschaarste in de zomer. Waar mogelijk vullen we daarom de grondwatervoorraad aan. De provincie draagt bij aan de uitvoering van de zoetwaterprogramma’s in Oost-Nederland en het IJsselmeergebied/Noord-Nederland. Alleen technische maatregelen zijn niet voldoende. Ook aanpassing van ons handelen is nodig. Het watersysteem is daarom een belangrijk uitgangspunt bij ruimtelijke keuzes.

Waterkwaliteit
Een toekomstbestendig watersysteem moet niet alleen bestand zijn tegen klimaatverandering, maar ook schoon blijven. De provincie let daarom op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. In het Regionaal Waterprogramma 2022–2027 (RWP) zijn de doelen hiervoor vastgelegd. Deze volgen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De provincie is verantwoordelijk voor de bescherming van het grondwater, met speciale aandacht voor bronnen voor de drinkwatervoorziening. In 2027 wordt het nieuwe Regionaal Waterprogramma vastgesteld voor de periode 2028–2033. Dit is een verplicht Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Het RWP werkt de doelen en opgaven uit de Omgevingsvisie uit in concrete doelen, maatregelen, onderzoeken en regels in de Omgevingsverordening. Ook bevat het RWP de verplichte rapportage over de KRW.

Grondwater en drinkwatervoorziening
De provincie heeft een wettelijke zorgplicht om nu en in de toekomst voldoende bronnen voor de drinkwatervoorziening van goede kwaliteit te garanderen. Drinkwatervoorziening is een dwingende reden van groot openbaar belang. Dit rechtvaardigt extra inzet voor de bescherming van drinkwaterbronnen. De vraag naar drinkwater neemt toe, onder andere door bevolkingsgroei en woningbouw. Tegelijk staat de kwaliteit van het grondwater onder druk door de aanwezigheid van steeds meer, ook nieuwe en nog onbekende stoffen. Dit vraagt om blijvende aandacht en, waar nodig, aanvullende maatregelen om de kwaliteit van het grondwater op lange termijn te borgen.

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen?

Doelstelling 2.02.01 De strategische grondwatervoorraad is toereikend om te voldoen aan de vraag naar drinkwater in 2040

Beschikbaarheid van drinkwaterbronnen
De provincie heeft een wettelijke taak om te zorgen voor voldoende bronnen voor de drinkwatervoorziening. Door dreigende tekorten in delen van Nederland zijn in 2024 regionale uitvoeringsprogramma’s opgesteld voor de periode tot 2030. Voor Drenthe is dit vastgelegd in het Regionaal Uitvoeringsprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen 2023–2030, dat wij samen met WMD Drinkwater hebben opgesteld. Uit dit programma blijkt dat in 2030 4,3 miljoen m³ per jaar extra vergunningscapaciteit nodig is om te voorzien in de verwachte vraag naar drinkwater. Om dit mogelijk te maken onderzoeken wij de Aanvullende Strategische Voorraden die zijn opgenomen in het Regionaal Waterprogramma Drenthe 2021–2027. Het gaat om de locaties Holtien, Ruinerwold, Kastelen Akkers en Leek-Roden. Daarnaast onderzoeken wij of bij Assen-Oost een groter deel van de bestaande vergunningscapaciteit kan worden benut. Wij evalueren of het uitvoeringsprogramma en de strategische voorraden voldoende zijn voor een duurzame drinkwatervoorziening op de lange termijn. De resultaten van het onderzoek Lange termijn drinkwaterbronnen betrekken wij hierbij.

Drainage en beregening rond Natura 2000 - gebieden
Onderdeel van de opgave voor de Kaderrichtlijn Water is het behoud van de grondwatervoorraad en een grondwaterstand in de Natura 2000-gebieden die voldoet aan de natuurdoelen.

Grondwatermodel MIPWA
Daarnaast neemt de provincie deel aan het grondwatermodel Methodiekontwikkeling voor Interactieve Planvorming ten behoeve van Waterbeheer (MIPWA). Dit model ondersteunt het maken van beleid en de uitvoering van projecten op het gebied van waterbeheer in Noord-Nederland. Het helpt ons om de effecten van maatregelen beter in beeld te brengen en onderbouwde keuzes te maken.

Doelstelling 2.02.02 Watersystemen die robuust zijn ingericht zodat ze voorzien in voldoende zoetwater en waarbij wateroverlast en watertekort (droogte) beperkt blijven

Werken aan een robuust watersysteem
De doelstellingen voor een robuust watersysteem zijn:
· Een zo groot mogelijke voorraad zoet grondwater van goede kwaliteit, beschikbaar voor mens, landbouw en natuur;
· Het beperken van de risico’s op wateroverlast en watertekort tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau.
De uitwerking vindt plaats in het Regionaal Waterprogramma

Het Regionaal Waterprogramma 2028–2033 (RWP)
Het ontwerp van het RWP wordt in 2027 ter inzage gelegd en eind 2027 vastgesteld. In het RWP werken wij de strategische doelen en opgaven uit de Omgevingsvisie uit in tactische doelen, maatregelen, onderzoeken en regels in de Provinciale Omgevingsverordening voor de periode 2028–2033. Het RWP bevat daarnaast de verplichte periodieke rapportage over de Kaderrichtlijn Water.
In het RWP werken wij het leidende principe water en bodem sturend verder uit. Op basis van gedetailleerde gegevens hebben wij in beeld gebracht waar risico’s op wateroverlast en droogte kunnen optreden. Kenmerkend voor Drenthe is dat deze risico’s zich vaak op dezelfde locaties voordoen. Dit komt door de ondiepe ligging van slecht doorlatende keileem onder het Drents Plateau. Bij hevige neerslag kan het water moeilijk infiltreren, terwijl in droge perioden nauwelijks aanvulling plaatsvindt vanuit diepere bodemlagen. Met behulp van deze zogenoemde conditiekaarten werken wij de aanpak water en bodem sturend (WABOS) verder uit. Dit helpt ons om water beter mee te wegen bij ruimtelijke keuzes en om het watersysteem robuuster en toekomstbestendiger in te richten.
In het RWP is een uitwerking van de onder de Omgevingswet verplichte Omgevingswaarden voor wateroverlast en regionale keringen opgenomen. De omgevingswaarden zelf worden vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Hiermee geven wij richting aan het werk van de waterschappen bij de inrichting en het beheer van het regionale watersysteem.

Bodemdaling
Grondwater maakt onderdeel uit van het bodemsysteem. Water is daarmee ook annex aan bodemdaling. Dit onderwerp is beschreven in Programma 3 van dit document, deelambitie 6 van de strategie Bodem en Ondergrond.

Zoetwaterprogramma’s Rijn-Oost en Rijn-Noord
Samen met de waterschappen voeren we de zoetwaterprogramma’s (2022–2027) uit in de regio’s Rijn-Oost (hoog Oost-Nederland) en Rijn-Noord (IJsselmeergebied/Noord-Nederland). Deze programma’s worden mede gefinancierd vanuit het landelijke Deltafonds.
In Drenthe worden de middelen met name ingezet voor het vasthouden van water in gebieden zonder aanvoermogelijkheden. Hiermee beperken we de impact van droogte. Daarnaast zetten we ons in voor het behoud van de aanvoer van zoetwater vanuit het IJsselmeer.
Voor de periode 2028–2033 vormen de in 2025 opgestelde factsheets input voor de landelijke Sociaal-Economische Effectanalyse (SEA). Op basis van deze analyse stellen de zoetwaterregio’s hun maatregelpakketten samen. Deze pakketten omvatten alle maatregelen waarvoor een bijdrage uit het Deltafonds wordt aangevraagd.
De maatregelen moeten passen binnen een strategie die Nederland op de middellange en lange termijn (2050, met doorkijk naar 2100) weerbaar maakt tegen zoetwatertekorten. Voor beide regio’s geldt dat medio 2027 de afspraken over de uitvoering van deze maatregelen worden vastgelegd in bestuursakkoorden.

Reglementering waterschappen
De provincie heeft een formele rol bij het instellen van waterschappen en het vaststellen van hun reglementen. In 2027 verwachten we aanpassing van de reglementen inzake het herstel van afwijkingen in waterschapsgrenzen.

Doelstelling 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

Verbetering van de waterkwaliteit in Drenthe
De provincie zet zich in voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Wij doen dit door uitvoering te geven aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De uitwerking hiervan maakt onderdeel uit van het Regionaal Waterprogramma. Onderdeel van het Regionaal Waterprogramma is de geactualiseerde beoordeling van de toestand van het water. Ook zijn hierin de doelen opgenomen die uiterlijk in 2033 moeten zijn bereikt, samen met de maatregelen die nodig zijn om deze doelen te realiseren.

Indirecte lozingen via het riool
In Drenthe werken overheden en de Omgevingsdienst samen om beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen via het riool. Het gaat hierbij om afvalwater van bedrijven dat wordt geloosd op het gemeentelijk rioolstelsel en via rioolwaterzuiveringen of overstorten in het oppervlaktewater terecht kan komen. De samenwerking vindt plaats binnen een gezamenlijke werkgroep, waarin de betrokken overheden en de Omgevingsdienst Drenthe samen optrekken. De provincie vervult hierin een coördinerende rol, met aandacht voor afstemming tussen de partners en voor bestuurlijke betrokkenheid.
Voor de periode 2026–2028 voeren wij een gezamenlijk meerjarenprogramma uit. Dit programma bestaat uit vier samenhangende actielijnen:
· datamanagement;
· kennisdeling;
· vergunningverlening;
· toezicht en handhaving.
Met deze aanpak werken wij gericht aan het verbeteren van de waterkwaliteit en het behalen van de KRW-doelen.

Maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden
In de grondwaterbeschermingsgebieden voeren wij maatregelen uit die zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma grondwaterbeschermingsgebieden. Deze maatregelen zijn gericht op het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het grondwater. In overleg met agrariërs en andere grondgebruikers zoeken wij naar oplossingen waarbij agrarisch gebruik mogelijk blijft en tegelijkertijd de grondwaterkwaliteit verbetert. Deze aanpak draagt bij aan een duurzame bescherming van drinkwaterbronnen.

Gebiedsaanpak Drentsche Aa
In 2025 is het vervolg van het Uitvoeringsprogramma Drentsche Aa gestart (UPDA) in het gebied van de Drentsche Aa. Als vervolg op Europese project Blue Transition zetten wij in 2027 de aanpak in het deelgebied Anloërdiep voort. Deze werkwijze breiden wij in 2027 uit naar andere deelgebieden binnen de Drentsche Aa. De monitoring is hierbij onderdeel van een continu verbeterproces samen met de agrariërs in het gebied. De meetgegevens vormen de basis voor het bijstellen en verbeteren van maatregelen.
De landbouwanalyse die in 2026 is uitgevoerd in het Anloërdiep, voeren wij in 2027 uit in andere deelgebieden. De resultaten gebruiken wij in gebiedsprocessen met grondgebruikers en om transities te stimuleren die bijdragen aan de waterdoelen en aan de bescherming van drinkwaterbronnen.
In 2027 krijgen wij daarnaast inzicht in de bijdrage van het stedelijk en bebouwd gebied aan de waterkwaliteit van de Drentsche Aa. We verkennen of en hoe de instrumenten uit de Omgevingswet kunnen worden ingezet om de waterkwaliteit verder te verbeteren.

Monitoring en actualisatie
De provincie meet de kwaliteit en hoeveelheid (peil) van het grondwater via verschillende meetnetten. Extra aandacht gaat uit naar de grondwatertoestand in de Natura 2000-gebieden. De waterschappen monitoren de kwaliteit van het oppervlaktewater.

Doelstelling 2.02.04 Hygiënisch en veilig zwemmen in Drenthe

Gedeputeerde Staten zien toe op het naleven van de wettelijke kaders door beheerders van zwembaden en zwemplassen. Ook informeren zij het publiek over waar en hoe er veilig en hygiënisch kan worden gezwommen in Drenthe. Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks de officiële zwemlocaties in zwemplassen vast. Daarbij geven zij een folder uit met een overzicht van de aangewezen locaties. In Drenthe zijn 40 officieel aangewezen zwemlocaties. Deze worden minimaal één keer per jaar gecontroleerd. Daarnaast worden de circa 120 zwembaden in de provincie jaarlijks minimaal één keer geïnspecteerd.

Welke feiten en cijfers zijn er?

Verplichte indicatoren volgens het BBV

Via het Besluit Begroting en Verantwoording is vastgelegd, dat alle provincies vanaf de begroting 2018 indicatoren in de begroting moeten vermelden. Deze indicatoren zijn in IPO-verband opgesteld en vastgesteld door het ministerie van BZK. De achterliggende gegevens zijn te vinden via de website van het IPO. Daar is ook vergelijkingsmateriaal met andere provincies te vinden en de definitie die wordt gehanteerd voor de betreffende indicator.

Indicator: Waterkwaliteit van de oppervlaktewateren (beoordeling kwaliteit oppervlaktewater in Drenthe in 2024 cf. KRW)

Waterschap 

Goed

Matig

Ontoereikend

Slecht

Waterschap Hunze en Aa's

0,0%

75,0%

18,8%

6,3%

Waterschap Drents Overijsselse Delta

0,0%

92,5%

1,9%

5,7%

Waterschap Vechtstromen

0,0%

51,0%

28,6%

20,4%

Waterschap Noorderzijlvest

0,0%

46,7%

46,7%

6,7%

De ecologische toestand van het oppervlaktewater
De ecologische toestand van het oppervlaktewater is beoordeeld volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De cijfers laten zien welk percentage van de wateren het oordeel ‘goed’ heeft gekregen. Het gaat hierbij om wateren die onder beheer van de waterschappen vallen. Sommige waterschappen liggen in meerdere provincies. In dat geval tellen de cijfers van het waterschap mee in alle betrokken provincies. De gegevens hebben betrekking op de ecologische waterkwaliteit. De score op de ecologische waterkwaliteit is opgebouwd uit de scores voor de fysisch-chemische toestand, verontreinigingen, hydromorfologie en biologische toestand. Deze zijn op zichzelf ook weer samengesteld uit afzonderlijke componenten. Daarbij hanteert de KRW het principe one-out-all-out: scoort één van de meetpunten in het waterlichaam op één van de componenten een onvoldoende, dan is de score op ecologische waterkwaliteit van het hele waterlichaam ook onvoldoende. 

De onderstaande figuur laat zien hoe de beoordeling tot stand komt. Het gaat hierbij om dezelfde parameter als in de tabel, maar dan samengevat voor de provincie Drenthe. Voor onderdelen waarop wij als regio invloed hebben – zoals het gehalte aan voedingsstoffen (nutriënten) en de biologische kwaliteit – is de beoordeling meestal goed tot matig. De waterschappen nemen extra maatregelen om deze toestand verder te verbeteren. Voorbeelden zijn de aanleg van vispassages en het verbeteren van leefgebieden voor waterdieren. De uiteindelijke beoordeling wordt vooral negatief beïnvloed door specifiek verontreinigende stoffen. Deze scoren slecht. Het gaat bijvoorbeeld om ammonium en zware metalen zoals kobalt. We onderzoeken of deze stoffen afkomstig zijn van lokale bronnen en welke aanvullende maatregelen op korte termijn mogelijk zijn.

Met wie werken we samen?

Samenwerking met waterschappen en in stroomgebieden
In Drenthe zijn vier waterschappen actief die ook deels buiten de provinciegrenzen liggen. Met deze interprovinciale waterschappen werken we intensief samen. De provincie stelt kaders vast voor hun werkzaamheden, samen met de provincies Groningen en Overijssel.
Twee maal per jaar bespreken we per waterschap de voortgang. Dat doen we aan de hand van de bestuursrapportage van het betreffende waterschap aan de provincie. In deze rapportage staat, met behulp van prestatie-indicatoren, hoe wordt gewerkt aan strategische doelen waarbij de provincie een kaderstellende rol heeft.

Voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Deltaprogramma Zoetwater werken we samen binnen stroomgebieden. Drenthe maakt deel uit van drie stroomgebieden:

  • Rijn-Oost – samen met de provincies Overijssel, Gelderland en Flevoland, en de waterschappen Vechtstromen, Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe, en Zuiderzeeland.
  • Rijn-Noord – samen met de provincies Groningen (west) en Fryslân, en de waterschappen Noorderzijlvest en Wetterskip Fryslân.
  • Nedereems – samen met de provincie Groningen (oost) en het waterschap Hunze en Aa’s.

Binnen Drenthe werken we met onze regionale partners samen in de Commissie Landelijk Gebied.

Wat mag deze beleidsopgave kosten?

2.02 Zorgvuldig omgaan met water

Bestaand beleid 2027

Nieuw beleid 2027

Saldo begroting 2027

Lasten

9.142.812

9.142.812

Doelstelling 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

9.127.812

9.127.812

Doelstelling 2.02.04 Hygiënisch en veilig zwemmen in Drenthe

15.000

15.000

Baten

-8.199.913

-8.199.913

Doelstelling 2.02.01 De strategische grondwatervoorraad is toereikend om te voldoen aan de vraag naar drinkwater in 2040

-10.000

-10.000

Doelstelling 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

-8.189.913

-8.189.913

Saldo

942.899

942.899

Toelichting nieuw beleid 2027

Deze pagina is gebouwd op 09/23/2026 11:15:26 met de export van 09/23/2026 10:59:16