4.4 Berekening EMU-saldo
Het EMU-saldo
Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het Economische en Monetaire Unie(EMU)-saldo op nationaal niveau. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) is de Nederlandse uitwerking van deze afspraken. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden deel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau, is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen.
Berekening EMU-saldo
Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven (dus geen afschrijvingen, waardemutaties, etc.) van de overheid op transactiebasis in een bepaalde periode. Hiermee wijkt de berekening af van het baten/lastenstelsel zoals het BBV voorschrijft.
Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de provincie.
EMU-norm
In de Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo is het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo voor de jaren 2024 tot en met 2026 vastgesteld op -0,5% van het bruto binnenlands product (bbp). Voor de periode 2027-2030 is in het BOFv (Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen tussen Rijk, en koepels van mede-overheden VNG, IPO en UvW) een voortzetting van dit percentage overeengekomen. Binnen de voorgestelde gezamenlijke ruimte van -0,5% blijft de ruimte voor provincies -0,1%.
Via een voorhangprocedure heeft de Tweede Kamer tot en met 21 september de tijd om zich hierover uit te spreken, waarna de regeling zal worden vastgesteld.
EMU-referentiewaarden
Jaarlijks worden, doorgaans in de Septembercirculaire van het Provinciefonds, de EMU-referentiewaarden (de ruimte per provincie weergegeven in euro's, op basis van de begrotingsomvang van het voorgaande jaar) gepubliceerd. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de provincie in de gezamenlijke tekortnorm heeft.
Wanneer de referentiewaarde voor 2027 wordt gepubliceerd is nog niet duidelijk, wellicht wordt zij opgenomen in de Decembercirculaire Provinciefonds 2026. Voor 2026 bedraagt de referentiewaarde € 61,7 miljoen, op basis van de begrotingsomvang voor 2027 gaan we ervan uit dat voor 2027 een bedrag van tenminste dezelfde omvang van toepassing zal zijn.
EMU-saldo voor 2026
De berekening van het EMU-saldo voor de komende jaren is weergegeven in onderstaande tabel. Het EMU-saldo zal naar verwachting de komende jaren negatief zijn. Daarnaast overschrijdt het voor 2027 begrote EMU-saldo de referentiewaarde voor onze provincie.
EMU-saldo | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Balansmutaties 1 januari | ||||||
Financiele vaste activa | ||||||
1 | Kapitaalverstrekkingen en leningen | 16.000 | -16.000 | 0 | 0 | 0 |
2 | Uitzettingen | 8.555 | 7.716 | 9.405 | 7.114 | 1.261 |
Vlottende activa | ||||||
3 | Uitzettingen | -161.923 | -95.000 | -63.000 | -47.000 | 0 |
4 | Liquide middelen | -2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5 | Overlopende activa | 262 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vaste passiva | ||||||
6 | Vaste schuld | 0 | 0 | 0 | 9.000 | 5.000 |
Vlottende passiva | ||||||
7 | Vlottende schuld | -276 | 0 | 0 | 0 | 0 |
8 | Overlopende passiva | 25.924 | -23 | -1.526 | -2.698 | 235 |
EMU-saldo (1+2+3+4+5-6-7-8) | -162.756 | -103.261 | -52.069 | -46.188 | -3.974 | |
